Na drie jaar kon ik leven van mijn eigen tekstbedrijf, en er was een scenario geaccepteerd door een grote filmproducent. Toch was ik niet tevreden, want ik was nog niet de beste. In 2007 kreeg ik gezondheidsproblemen. Een alarmbel. Ik moest ophouden met stressen, met hard rennen, met de beste proberen te zijn. En dat deed ik – omdat ik niet anders kon.
In één klap belandde ik van de scherpte in de wazigheid: mijn masterplan viel in duigen. Dat gaf gek genoeg veel inzicht. Als ik terugkeek zag ik dat ik voortdurend in een soort droom van de toekomst had geleefd, in plaats van in het nu. Alsof ‘nu’ steeds niet goed genoeg was, maar nog moest veranderen in iets beters; namelijk het beste.
Dat ging ik helemaal anders doen. Ik ging genieten van het nu. Nergens meer naar streven.
Wazigheid!
Ik maakte reizen in mijn eentje, en sliep bij wildvreemden op de bank. Ik leerde portretten tekenen en zat met mijn schetsblok in een park. Gewoon, omdat het leuk was.
Tot er iets aan mijn oor trok. Ambitie. Of ik niet toch een lijn in mijn leven kon uitzetten, al was het maar een heel vage. Please? Ik hoefde er heus niet precies recht overheen te lopen.
Om een lang verhaal kort te maken: dat deed ik. Nu jojo ik permanent tussen wazigheid en scherpte, en dat voelt goed.
Maar onze maatschappij jojoot niet: die legt alle nadruk op de scherpte. Vooral op de werkvloer wordt wat af geoptimaliseerd in het streven naar maximale effectiviteit. Dat betekent ook dat we weinig wazigheid tolereren. We willen alles meteen haarscherp in beeld. Elke ontdekkingsreis wordt een kruistocht. En op kruistochten wordt niet gelummeld – en al helemaal niet omgekeerd!
Toch is voor scherpte wazigheid juist essentieel. Zoals op een foto dat ene detail eruitspringt door de wazige achtergond. Als je een tijdje leeft (of werkt) zonder plan, kristalliseert zich vaak een nieuwe scherpte uit: een die ontstaat zonder moeite, met het plezier van een kind dat zandkastelen bouwt. En natuurlijk levert dat weer nieuwe plannen op. Ik kick ook op mooi afgewerkte kanteeltjes. Maar ik moet niet vergeten dat straks de vloed komt. En dat ik vooral bouw voor de lol.
Met schrijven werkt het precies zo. Als ik met een cliënt aan tafel zit, heeft hij of zij in het begin vaak het gevoel ‘het al te moeten weten’. Er moet iets uit komen. Kant en klare definities, duidelijk goed van tevoren doordacht, stapelen zich op het papier.
Dan kijken we elkaar aan. Als ik mijn werk goed heb gedaan, beginnen we nu naar elkaar te grijnzen. En zwiep! We vegen de hele handel van tafel.
Het spel kan beginnen – sterker nog, het spel kan alleen zo beginnen. Op een leeg blad, in volledige openheid. Wazigheid. Een zoektocht waarvan de uitkomst nog niet van tevoren duidelijk is. Een die misschien wel langs de vreemdste hersenkronkels voert. En het rare is: zo’n zoektocht die alle kanten op mag, leidt uiteindelijk altijd tot een haarscherpe tekst.
Hoe dat kan? Ik moet eerlijk zeggen dat ik het niet precies weet. Misschien krijg je op dat soort vragen ook wel nooit een antwoord. Blijft het een beetje een mysterie. Een beetje wazig.
Eén ding weet ik wel: dat is helemaal niet erg. Want het maakt leven én schrijven juist zo’n leuk spel. Je hoeft alleen maar te weten hoe je moet scherpstellen – en wanneer.






January 11th, 2010 - 17:05
Hallo, ik vondt dit blog op Google toen ik wat doelloos zat de zippen (zappen en klikken). Ik heb nu even geen tijd maar ik kom zo snel mogelijk terug voor een bezoekje.