de Core Business

Mijn blog

De dood en de magnolia’s

Last modified on 2010-04-23 16:27:42 GMT. 1 comment. Top.

Van de week fietste ik langs een grote magnoliaboom. Al boeit de natuur me niet bovenmatig, bloeiende magnolia’s zijn het mooiste dat er is. De rest van het jaar zijn het gewoon aardige bomen, maar als de knoppen openspringen ontstaat een voor mij onweerstaanbaar, wellustig, op het randje van kitsch balancerend pandemonium. Ach, je kunt die dingen ook niet uitleggen. Het is of iets in de boom schreeuwt: “Leve de lente! Naar de hel met smaakvolle boeketten en goed fatsoen!” Dat dus.

Ik fietste niet zomaar langs die boom. Magnoliabomen bloeien voor mijn gevoel namelijk een paar dagen per jaar – de dagen dat ik er niet langs fiets. Om ze toch te betrappen moet er strak worden gepland. Vanaf het begin van de lente houd ik de tuinen waarin ze bloeien nauwlettend in de gaten. Ik gooi er fietsroutes voor om. Binnen een paar dagen nadat de eerste knoppen open gaan, laat de boom ook zijn eerste blaadjes vallen. En dan is natuurlijk alles verpest. ‘Genieten van de magnolia’s’ wordt ‘de jacht op het perfecte magnoliamoment’.

Toen ik stopte bij de grote boom zag ik dat ik net te laat was. Rond de stam lag een roze tapijtje. De boom strekte niettemin takken vol bloemen hoopvol de lucht in; zoiets als een lieve serveerster met de verkeerde bestelling die er nog wat van probeert te maken. Ik stond daar met mijn fiets en had de pest in. Voor de vorm probeerde ik alsnog te genieten, maar tevergeefs. Mijn uitgekiende lentegevoel was naar de knoppen.

Ineens drong tot me door waar ik mee bezig was. Hoe ik met mijn mitsen en maren de hele boom buitensloot. Hoe ik me had willen laten overweldigen, maar dan wel alleen op mijn voorwaarden.

Met een, toegegeven, dramatische gedachtensprong kan ik dat verklaren: vanuit de angst voor de dood. Niemand van ons kan controle uitoefenen op de dingen waardoor we geraakt worden. Een bron van genot kan veranderen in een bron van verdriet. Wat ons plezier geeft, kan ons elk moment ontvallen.

Met die onzekerheid is het moeilijk leven. Ik zou maar al te graag meer grip hebben op mijn ervaringen, goed of slecht. Je geven zonder te weten wat je krijgt is een beetje doodgaan: het vereist overgave aan het onbekende. Dan krijg ik liever wat ik met mezelf had afgesproken – alleen genieten indien perfecte magnolia’s. Lekker veilig.

Maar wat is die veiligheid eigenlijk waard? Lijkt het dwangmatig beteugelen van een ervaring niet ook op doodgaan? Als je steeds de lelijke randjes overal vanaf wil snijden, ben je nooit vrij, en trouwens ook nooit klaar. Om met John Lennon te spreken: altijd bezig met je plannen, nooit met wat er ondertussen gebeurt. Ik realiseerde me dat ik beter kan beleven wat er langskomt, dan bang te zijn voor wat ik mis.

Ik keek opnieuw naar de boom en zag dat die, bloemkelken schreeuwend opengesperd, uitbundig leefde. Sorry boom, dat ik je met een domme serveerster vergeleek. Jij hebt het van ons tweeën het best begrepen.

Ik keek of iemand me zag en gaf de boom snel een knikje. Toen fietste ik weg. Naar huis.

.

Je taalimago

Last modified on 2010-04-01 16:25:01 GMT. 1 comment. Top.

In de 28 jaar van mijn leven is het schrijven al minstens drie keer dood verklaard. We zouden steeds meer leven in een beeldcultuur. Internet zou het overnemen. Wee ons gebeente. In 2030 leest en schrijft niemand meer!
Sorry, onheilsprofeten. Op dit moment zie ik juist het tegendeel om me heen: er werd nog nooit zoveel geschreven. We bloggen, Facebooken en Twitteren er op los.

Bloggen voor je imago
Al die schrijfdoemdenkers zagen bij ‘schrijven’ misschien tochtige zolderkamers voor zich en figuren met een onhygiënische ganzenveer. Die zijn inderdaad uitgestorven. Maar wat ze vast niet hadden verwacht, is dat schrijven anno 2010 een belangrijk onderdeel vormt van je online imago.
Als zelfstandig professional (én als schrijver) word je van alle kanten aangespoord ‘te gaan bloggen’. Je moet je online kenbaar maken, laten weten wie je bent en waar je voor staat. Je moet ‘followers’ verzamelen en zorgen dat je relevant blijft. Irrelevant ben je al gauw, op het zichzelf elke minuut verversende internet. Met als gevolg dat we ons helemaal suf schrijven.

Hoera?

Taalblogs en inhoudblogs
Ik ga nu iets heel vervelends zeggen, waarmee ik me instant impopulair – en wie weet, irrelevant – zal maken: ik persoonlijk erger me nogal aan de meeste blogs.
Niet slaan! Laat me het uitleggen.

‘Blog’ betekent voor mij zoiets als ‘online column’. Een relatief kort, prikkelend geschreven verhaal, met interessante observaties en een kop en een staart. Geen woord te weinig, geen woord te veel. Een blog als een gedicht.
Sommige blogs zijn inderdaad zo: die van schrijvers. Voor hen is een leuk, foutloos blog natuurlijk reclame. Zij doen hun best op de taal. Andere schrijvers bloggen over hun vakgebied en wat ze daar zoal in uitspoken. Hun blogs lijken meer op interessante, maar nogal slordig geschreven persberichten. Daarin staan zinnen als:

Zakelijke contacten is ook een van die moeilijke ‘onderwerpen’ voor mij. Ik houdt me heel erg bezig met hoe ga ik om met die organisaties en hoe geef je dat contact een goede rol in de samenwerking. (voorbeeld geparafraseerd)

To zeik or not to zeik
Met een beetje goede wil begrijp ik best wat hier staat. Het is zelfs heel interessant. Maar die taal! Die taal!
De vraag is natuurlijk of het gebruik van kromme taal bij een interessante inhoud erg is. Je bereikt met zo’n blog immers je doel: mensen snappen en volgen waar je je mee bezig houdt. Er komt een discussie op gang. Wat maken die paar taalfoutjes dan uit?

Taalimago
Speciaal voor die vraag roep ik bij deze de omschrijving ‘taalimago’ in het leven.

Handig om je af te vragen bij het bloggen: wat voor taalimago wil ik?
Is het nuttig om spits en vooral foutloos te schrijven? Kom ik in mijn vak dan significant professioneler over? Of heeft mijn vakgebied maar zijdelings iets met taal te maken, en is het nuttiger voor mij om snel interessante berichten die wat losmaken te kunnen posten, in plaats van steeds het woordenboek erbij te pakken en elke zin drie keer te herschrijven?

Natuurlijk, dat laatste gaat mij persoonlijk zeer aan het hart. Maar als ik er zo over nadenk moet ik toegeven dat misschien niet iedereen een vlekkeloos taalimago nodig heeft.

Mijn professionele advies kortom: blog naar je taalimago!

Taalpuriteinen zoals ik moeten dan maar de andere kant op kijken. Of we doen lekker de computer uit en pakken er een boek bij. Van zo’n uitgestorven figuur met onhygiënische ganzenveer.
Niet goed voor het imago – maar wel voor de gemoedsrust.

.

Schrijfvrij

Last modified on 2010-01-12 16:33:51 GMT. 1 comment. Top.

De creatieve droom
Op sites over het vinden van je droombaan zie ik vaak zinnen als ‘boor je creativiteit aan’ en ‘iedereen is creatief, dus jij ook’. Blijkbaar is creativiteit een gewild goed.
Nu kun je natuurlijk overal creatief mee omgaan: je boekhouding, gesprekstechnieken, je woonkamer en een potje latex. Ik beperk me hier even tot ‘creatief’ in de zin van scheppend.

Kan in die zin iedereen creatief zijn? Ja, dat denk ik wel. Of ook iedereen met het resultaat van die creativiteit zijn brood moet willen verdienen, is de vraag. Al is het maar omdat Nederland een klein land is en er een verzadigingspunt is voor bijvoorbeeld schrijvers. Maar ook om andere redenen is het bestaan als ‘creative professional’ verre van gemakkelijk. Dat komt door het creatieve moeras.

Het creatieve moeras
Per definitie zit er een onvoorspelbaar kantje aan creativiteit. Niet ingevoerden noemen dit ‘de magie’ – voor de beoefenaars van een creatief beroep is het een stuk minder magisch. Het is het deel van het creatieve proces waar je geen grip op hebt, waar je je onvoorwaardelijk aan moet overgeven. Wat A twee weken geleden tegen je zei, valt pas op zijn plaats na het bekijken van film B, bij het schrijven van alinea C. Of ’s nachts, in bed. Hoe technisch begaafd je ook bent, af en toe moet je wachten aan de kant, terwijl er in je creatieve moeras van alles gist en bubbelt.

De verleiding is dan groot je zakelijke sores te laten voorgaan. Bij mij tenminste. Zelfs als ik ’schrijfvrij’ heb, is het makkelijker om gewoon mijn inbox uit te spitten. Dat kun je namelijk inplannen, en als het klaar is afstrepen op je lijstje. Heel iets anders dan zo’n moeras.

Hobby-Batman
Lang heb ik de fout gemaakt om te denken dat als ik écht creatief wilde zijn, ik er dan ook mijn beroep van moest maken. Daardoor stond er zoveel druk op mijn creatieve moeras, dat het spontaan opdroogde en veranderde in een Vinexwijk.
Natuurlijk, als je ‘je creatieve droom wilt volgen’: ga ervoor! Maar realiseer je dat je daarvoor een hoofd als een schakelbord nodig hebt, met goede knoppen ‘creatief’, ‘zakelijk’ en ’strategisch’. Niet iedereen heeft zo’n hoofd – ik in elk geval niet. Bij mij gaat de knop ‘creatief’ stuk als ik de andere twee knoppen teveel bedien.

Mijn oplossing? Hobbyen. Bewust heb ik mijn creatieve schrijven van elke status gestript. Vrolijk roep ik tegen vrienden: “Schrijven? Oh, dat is tegenwoordig een hobby.” Op deze manier hangt er geen enkel gewicht aan het schrijven, en kan het moeras lekker bubbelen. Bovendien voel ik me slim en gevaarlijk; een soort Batman. Overdag is ze schrijfcoach, maar ’s nachts…

Okee, eerlijk is eerlijk: ‘’s nachts’ check ik eens per kwartier mijn email en multitask ik me nog steeds een ongeluk. Maar, en dat is het leuke: bij een hobby mag dat. En in de tussentijd schrijf ik. Heerlijk.

Echte creatieve vrijheid
Natuurlijk is dit niet voor iedereen de oplossing. En ik wil mensen met een creatieve droom ook helemaal niet ontmoedigen. Wat ik maar wil zeggen: in onze maatschappij barst het van de doelmatigheidsvalkuilen. Voor je het weet voel je je een mislukking omdat het je niet lukt een roman te publiceren. Terwijl je in het schrijven zelf zo veel plezier had.

Creativiteit is iets prachtigs, én voor iedereen; dus geef het op jouw manier de ruimte om te bloeien. Laat je je creativiteit nooit afpakken door eisen van de buitenwereld – of die van jezelf! De één maakt van creativiteit zijn beroep, voor de ander kan het beter een hobby blijven. Als je je maar vrij voelt. Als je moeras maar bubbelt.
Mijn oplossing mag dan een rare zijn, maar hij werkt, en daar gaat het om. Als hobby-Batman ben ik vrij in mijn hoofd.
Schrijfvrij.

.

Goede vraag

Last modified on 2009-12-18 17:40:05 GMT. 0 comments. Top.

Op een avond voor jonge professionals sprak ik laatst een zogeheten ‘netwerkexpert’. Uit het niets vroeg hij me in één zin te zeggen wat mijn ‘passie’ was.
Na hem vijf seconden beduusd te hebben aangekeken, zei ik:

“Mijn passie is het verwoorden van de passie van anderen.”

Dit antwoord, hoewel onder druk tot stand gekomen, klopt verbazingwekkend goed. Mijn hele leven ben ik al gefascineerd door andere mensen. Wat drijft ze? Wat maakt ze uniek? Daarnaast ben ik geboren met het vermogen dingen helder te analyseren en te verwoorden. Voor mij is het logisch dat ik die twee kwaliteiten ben gaan combineren. Van dit werk word ik ook nog eens gelukkig, omdat ik er mijn grootste talenten bij in de strijd kan werpen én daar anderen mee van dienst ben.

Tot mijn grote verbazing bleek ik dus, zonder enig voorbereidend denkwerk, in staat mijn ‘passie’ behoorlijk nauwkeurig naar boven te halen.

Een glaasje rosé
Dat zette me aan het denken. Zou iedereen een passie hebben die hij/zij in één zin kan verwoorden? Wat zou jij zeggen?

En dan die omstandigheden. Glaasje rosé erbij, vrij ernstige tijdsdruk – en een belangstellend glimlachende ‘netwerkexpert’, die je natuurlijk niet teleur wilt stellen, omdat hij anders misschien gaat zeggen dat je het met je netwerk wel kunt vergeten. En dan moet het ook nog in één zin!

Al deze factoren zorgen ervoor dat je je gedachten niet kunt ordenen. Tenzij je al een hele reeks avonden aan de keukentafel met de Dikke van Dale hebt doorgebracht, natuurlijk. Maar anders sta je met je mond vol tanden.

En, dacht ik, wie weet is dat wel goed. Als je geen tijd hebt voor je gedachten, komt je antwoord dus ergens anders vandaan. Op die plek bestaan geen eindeloze twijfels en jeremiërende stemmetjes die dingen zeggen als:

• ja, maar dat kost toch veel teveel tijd en geld;
• ja, maar daar ben je toch veel te oud voor;
• ja, maar dat kunnen anderen toch allemaal veel beter.

De stem van je intuïtie – of van je hart, of hoe jij het noemt – kent geen twijfel. Nee, het is de stem van je ratio die het feestje altijd weer komt verpesten.

Met terugwerkende kracht vond ik de vraag van de netwerkexpert nog beter. Was ik eerst geïntimideerd, nu besefte ik dat zo’n gedurfde vraag de enige manier was om een gedurfd antwoord op te roepen. Het antwoord dat ik geef als ik niet twijfel, voordat ik kan gaan nadenken of het wel bescheiden genoeg is, hip/scherp/grappig/professioneel genoeg, enzovoort. Het antwoord dat recht uit mijn hart komt.

Kookwekker
Daarom een aanrader: zet jezelf eens onder druk. Op de goede manier dan. Lekker glaasje rosé erbij, en de kookwekker op één minuut. Ben je er klaar voor? Dan gaat de tijd NU in.

En, wat is jouw passie?

Welkom

fotoschrijfcoach2007

Rinske Verberg
helpt vanuit een uniek perspectief professionals bij het bepalen en overbrengen van hun kernboodschap.
Laat je bedrijf bloeien, leer je boodschap haarscherp verwoorden, of geef jezelf het verhaal van je leven cadeau.

Meest recente columns

Goede zaken

Inspiratie

Leuke mensen

Mooie dingen